Historie

Van 1920 tot heden

Eind jaren twintig werd de Witte Dame gebouwd in opdracht van Philips. De architect was Dirk Roosenburg die een fabrieksgebouw ontwierp volgens de geldende regels van de Nieuwe Zakelijkheid. Philips gebruikte het gebouw voor de productie van gloeilampen. Het gebouw was oorspronkelijk niet wit. Die kleur kreeg het pas in 1953. Begin jaren ‘80 kwam het gebouw leeg te staan. De productiefaciliteiten werden verplaatst naar andere Philips locaties in binnen- en buitenland.

Eind jaren ‘80 vraagt Philips een sloopvergunning aan. Dit is voor een groep kunstenaars en kunstminnaars onder aanvoering van Bert Hermens aanleiding in het geweer te komen. Zij willen het prominente gebouw voor Eindhoven behouden en maken een reddingsplan waarop de gemeente weigert de sloopvergunning te verstrekken. Omdat nu een herbestemming gevonden dient te worden nodigt Philips partijen uit te komen met een herontwikkelingsplan en een aannemelijk bod op het complex. Ontwikkelingscombinatie de Witte Dame komt met een plan waarbij gezocht wordt naar een combinatie van gebruikers die allen iets doen met design, informatie, technologie en/of cultuur. Zo komen de nieuwe bewoners van het gebouw tot elkaar: Design Academy Eindhoven, Philips Corporate Design, Openbare Bibliotheek Eindhoven en Mu Art Foundation.

Bert Dirrix wordt gevraagd als architect en hij ontwikkelt een concept waarbij alle gebruikers een plek in het gebouw krijgen. Daarvoor wordt het gebouw niet verticaal opgedeeld maar horizontaal. In het hart van het gebouw wordt een gedeelte gecreëerd dat de werktitel “Middenmotief” krijgt en dat moet zorgen voor interactie tussen bewoners onderling en bewoners en publiek. Bert Dirrix koos voor simpele materialen geïnspireerd op de industrie: beton, gegalvaniseerd staal, glas en Western red cedar. Het bestaande gebouw wordt grotendeels gesloopt, alleen de betonstructuur blijft staan. De nieuwbouw is echter geen totale exterieur verandering maar meer een face lift.
De Binnenruimtes zijn groot en bieden vrije doorkijk ononderbroken door muren, gangen en bouwkundige afscheidingen. Kolommen, ventilatiebuizen en kabels liggen bewust open. Dit biedt de bewoners de mogelijkheid om de ruimte naar behoefte en believen in te richten.